Gelukkig zijn. Sommigen zijn het, sommigen streven ernaar zonder het ooit te worden. Zelf ben ik door de jaren heen in een steeds diepere put terecht gekomen.
Hoe het allemaal zover is kunnen komen, heb ik lange tijd niet geweten. Toch kan ik, nu ik me alles helderder herinner, een indruk geven van hoe ik zelfgecreeërde lijdensweg ben ingeslagen.
Als kind ben ik heel gelukkig geweest. Met veel zorg en liefde werd ik door mijn ouders en grootouders omringd. Op school was ik een deugniet, speelde vaak uitgelaten met vrienden en ging naar verjaardagsfeestjes. Toch was ik overgevoelig en huilde vaak bij stress situaties.
Ook zou blijken dat verwachtingen van andere mensen gepaard met aangeboren perfectionistische drang me sterk zouden gaan beïnvloeden. Een diepgewortelde drang om mezelf te bewijzen, samen met een enorme faalangst, onzekerheid, zou zich ontwikkelen.
Als kind ging ik volledig op in tenniskriebels. Ik volgde les bij de Vlaamse Tennis Vereniging en kreeg de smaak van competitie te pakken. Met verlies kon ik moeilijk omgaan. Eerst waren het huilbuien als 7jarig jongetje, later ging ik vaak met bibberende knieën het veld op.
De allesoverheersende faalangst eiste zijn tol: mijn prestaties lieten het afweten. Ik heb toen een afkeer van tennis ontwikkeld en ben er helemaal mee gestopt.
De gevoeligheid voor verwachtingen en het streven naar lof, zouden zich wel voortzetten: gestopt met tennis, ging dubbel zoveel aandacht naar mijn studies.
Grieks-Wiskunde: een interessante studierichting als je het aankan. Ook hier bezag ik elke inspanning, elke toets als een wedstrijd. Relativeren had ik nog steeds niet geleerd. Talloze malen heb ik me teruggetrokken op de toiletten om te huilen. Vaak heb ik het gevoel gehad op een afgrond te leven. Het minste briesje kon me door de grond doen zakken: ik was er als de dood voor.
Niemand mocht merken wat er in me omging. Niemand kon ik vertrouwen. Iedereen zou me de afgrond in willen duwen, zo dacht ik. Als stille, onopvallende hardwerkende student waren er trouwens ook weinigen die enig vermoeden hadden van mijn leed. Zolang mijn schoolresultaten goed bleven, zou niemand merken dat ik een schim was geworden van de persoon die ik eigenlijk ben.
Ik haatte mezelf, ik haatte school. Net zoals de tennislessen, zag ik nu de schoollessen niet meer zitten. Sport-wetenschappen, de nieuwe klas waarin ik zat. Spijtig dat ik niet goed in men vel zat, want de klas op zich viel reuze mee.
Het waren jaren waarin ik in al mijn verdriet eenzaam troost zocht in de natuur.Al langer maakte ik grote wandelingen. Het verschil was dat ik de kleine dingetjes, de pracht wat de natuur biedt, nu ook in beeld bracht. Met natuurfotografie kreeg ik steeds meer succes.
Het contrast in het laatste jaar van mijn middelbaar onderwijs zeer groot. Enerzijds onderging ik talloze onderzoeken, geplaagd door sterke chronische buikpijn. Anderzijds won ik enkele belangrijke internationale prijzen met natuurfotografie.
Young Wildlife Photograher of the Year 2001 was zowat de belangrijkste titel die ik won.
Men zegt dat succes je niet noodzakelijk gelukkig maakt: bij mij was dit zeker het geval.
Onopvallend was ik nu niet meer echt: in de belangstelling staan riep gemengde gevoelens bij me op.
De lof die ik van thuis, andere fotografen en op school kreeg, deed me vooral verdrietiger voelen. Nog maar eens had ik er voor gezorgd aandacht te krijgen voor wat ik bereikte i.p.v. voor wat ik voelde. Maarja hoe kan je aandacht krijgen voor wie je bent, als je niet weet wie je bent en jezelf en je gevoelens niet laat zien.
Zo werd de fysische en psychische pijn werden steeds sterker.
Tijdens de prijsuitreiking in Londen, spookten zelfmoordgedachten continu door mijn hoofd. Niet veel later, tijdens mijn eindexamens, ben ik volledig gecrasht. Vraag me niet hoe ik die examens ben doorgekomen.
Die zomervakantie kreeg ik bericht dat ik een andere prestigieuze wedstrijd, Nature's Best'in de jeugdcategorie had gewonnen. Ik heb toen mijn kat naar die prijsuitreiking gestuurd.
Ook van natuurfotografie kreeg ik nu een afkeer. Mijn honger naar aandacht was oneindig. Alleen zou ik vanaf nu meer en meer streven naar negatieve aandacht i.p.v. positieve aandacht..
Fitness werd mijn nieuwe hobby en obsessie. In mijn zelfgecreëerde gevangenis werd ik nu volledig in beslag genomen door training en voeding. Na de zomervakantie werd er natuurlijk van me verwacht dat ik ging voortstuderen. Studeren? School? Ik walgde er van! Niet alleen van school, ook van leerkrachten. Zij zijn er niet in geslaagd tot me door te dringen, me te helpen. En dus stonden leraars ook bovenaan mijn walglijstje.
Paniekaanvallen namen in het begin van dat schooljaar in aantal toe: klappertanden, volledig trillen, shaken, hevig zweten, aan de grond genageld staan, mezelf tijdens de pauzes oplsuiten op het toilet, je noemt het op.
Uit hopeloosheid, heb ik toen een brief geschreven naar mijn ouders. Dezelfde dag ben ik ook nog eens naar de dokter gegaan. Gelukkig wist hij wat er scheelde. Hij heeft me dan langzaam geconfronteerd met het feit dat ik depressief was. De pijnstillers tegen mijn nog altijd verschrikkelijke buikpijn nam ik nu niet meer. In de plaats daarvan ging ik wekelijks naar een psycholoog en consumeerde antidepressiva.
Mijn ouders heb ik toen veel verdriet aangedaan. Ondanks alles probeerden ze begrip op te brengen voor mijn situatie.
Slapen, eten, trainen: ik kwam niet echt tot inzichten dat jaar.